Preek 32e zondag, door het jaar C, 10/11 november 2001
Als God dat vraagt, wat mag die vraag van God ons dan kosten?
Als God dat vraagt, wat mag die vraag van God ons dan kosten?
Een hervertelling over Zacheüs.
Sterven maakt eenzaam, zelfs al zijn er mensen om je heen. Er is een deel dat je alleen moet verwerken. Zoals de stervende zijn of haar eenzaamheid heeft, dat stuk waar niemand bij kan, zo heeft degene die achterblijft dat ook. Die eenzaamheid krijgt een plaats hier waar wij samen zijn, in Gods huis, want God is de Enige die daar wel bij kan.
Heiligen zijn in de eerste plaats voorbeelden. Hun wonder is slecht de vlag, het logo, het reclame spotje dat onze aandacht moet trekken, dat ons zegt: ‘hier is iets bijzonders’.
Met wie vergelijken we onszelf?
Jezus bidt altijd. Waarom en hoe? Omdat Hij alles doet in samenwerking met zijn Vader in de hemel. Zijn spreken is gebed, zijn zwijgen is gebed, zijn lopen en zitten, zijn slapen-gaan en opstaan. In alles zoekt Hij de wil van de Vader te doen.
Een wereld, waarin negen van de tien, 90% wel gelooft en toch niet gered wordt. Omdat het in hun geloof meer om henzelf draait dan om God. De vraag is of dat wel ‘Geloof’ is, of dat dat niet het gewone, algemene religieuze is. Er lijkt niet veel veranderd.
Dit mag u in de eucharistie ontvangen, ieder weekend, en soms zelfs dagelijks: Zijn blijvende aanwezigheid, zodat je, delend in zijn lijden, delend in de malaise van de Kerk, ook gaat delen in zijn overwinning. Je hart gaat branden, je kunt het volhouden, keer steeds terug naar de gemeenschap, kom samen en volhard in het gebed. De Geest brengt ons Jezus’ Woord in herinnering: Ik ben bij jullie tot aan de voleinding der tijden.
Hoe komt het dat alle mensen, waar ook ter wereld, naar vrede verlangen, en dat er toch geen vrede is?
God is bekommerd om iedere mens. Maar zijn betrokkenheid moeten wij vorm geven.
Vraag kracht naar kruis en vraag geen kruis naar de kracht die je denkt te hebben.
Wie zijn wij zonder God? Wat kunnen wij zonder God?